Biologie 1
Samenvatting Biologie havo 4 boek
Thema 1 Inleiding in de biologie
Basisstof 1
Wat is biologie?
Biologie is het bestuderen van organismes. Die vertonen levensverschijnselen (stofwisseling, groei, ontwikkeling, voortplanting).
Als een organisme stopt met levensverschijnselen vertonen is het dood, als die dat nooit heeft gedaan is het levenloos.
Elk individueel dier heeft een levenloop (geboorte t/m dood). Elk soort dier heeft een levenscyclus, het soort blijft zich voortplanten en als het goed is houdt het niet op met leven.
Basisstof 2 Natuurwetenschappelijk onderzoek.
Het ontstaan van leven, eerst dacht men aan de theorie genertio spontanea. Maar later bedacht men dat ze beter met een natuurwetenschappelijk onderzoek aan de gang konden.
Observatie ↓
Probleemstelling ↓
Hypothese ↓
Nieuwe hypothese → Experiment ↓
Resultaten ↑
↓ Verwerping v/d hypothese ← conclusie → bevestiging v/d hypothese.
Basisstof 7 Stoffentransport tussen cellen en hun omgeving.
Concentratie: hoeveelheid opgeloste deeltjes per volume eenheid.
In volume procenten of in gram per liter.
Diffusie: de verplaatsing v/e stof met een hoge concentratie naar een plaats met een lage concentratie (ranja en water).
Homogeen: als de concentratie in een oplossing overal gelijk is.
De diffusie snelheid is afhankelijk van: het diffusie oppervlak, afstand, druk of concentratie verschil. Er kan alleen diffusie optreden bij gassen en vloeistoffen, omdat daar de moleculen vrij kunnen bewegen.
Permeabel: doorlatend, alle moleculen kunnen er doorheen.
Semipermeabel: Half doorlatend, alleen water moleculen kunnen er doorheen.
Osmose: diffusie door een semipermeabel membraan. De weefselvloeistof v/e organisme vormt één geheel, het interne milieu.
Basisstof 8 Osmose bij planten.
Als er osmose water door de celwand (ß permeabel) in de cel stroomt, wordt de volume van de cel groter, waardoor de cel druk gaat uitoefenen op de celwand (turgor).
Deze zorgt weer voor een tegendruk. Zo wordt het geheel steviger.
De cel neemt water op uit de celwand, dus de osmotische waarde daalt iets. Door de tegendruk van de celwand beperkt de waterstroom naar binnen de cel, nog voor de osmotische waarde binnen en buiten de cel gelijk zijn.
Er ontstaat een evenwicht er gaat even veel water uit de cel als in. Het tegenovergestelde van turgor is plasmolyse.
De cel verliest zijn stevigheid, omdat de cel loslaat van de celwand. Bij langdurige plasmolyse sterven de cellen.
Volg de bladzijdes van Samenvatting HAVO 4 Boek