Richtlijnen voor het schrijven van een scriptie

Richtlijnen voor het schrijven van een geschiedenisscriptie voor Staatsexamen studenten.

  • Voor het mondeling moet er een scriptie geschreven worden over een Surinaams onderwerp. 

Deze scriptie moet aan een aantal voorwaarden voldoen:

  • Titel en Subtitel

Het moet betrekking hebben op een Surinaamse gebeurtenis. Enkele voorbeelden

zijn: biografieën, cultuurelementen, bestuur en organisatie, economische

ontwikkelingen, sociale ontwikkelingen, kunst etc.

  • Probeer informatieve en krachtigetitels voor de scriptie te formuleren. 
  • Het is verplicht om subtitels samen te stellen.

▪ Voorbeeld titel: Nationalisme in Suriname 1954 – 1975.

▪ Voorbeeld subtitel: Een historisch onderzoek naar de ontwikkeling van het

nationalisme in Suriname in de periode 1954 tot 1975.

  • Onderzoeksvraag

Voor aanvang van de scriptie moet de student een onderzoeksvraag of centrale

vraag samenstellen om het onderzoek af te bakenen. Dit kan de student doen door

jaartallen, perioden en gebeurtenissen. De onderzoeksvraag kan een stelling zijn die beantwoord moet 

worden en verder moet je nagaan of de stelling wel juist of onjuist is.

▪ Voorbeeld van een onderzoeksvraag: Hoe heeft het nationalisme zich ontwikkeld

in Suriname in de periode 1954 tot 1975?

  • Deelvragen

Na de samenstelling van de onderzoeksvraag, moet de student een aantal

deelvragen opstellen om de onderzoeksvraag historisch te onderbouwen om zo te

komen tot een goed historisch onderzoek.

Voorbeeld:

  • Wat hield het Surinaams nationalisme in?
  • Heeft de diversiteit aan bevolkingsgroepen in Suriname een positieve of negatieve
  • invloed gehad op de ontwikkeling van het nationalisme?
  • Hoe heeft het Statuut van 1954 het nationalisme aangewakkerd?

Vorm geving van je scriptie: Hoe moet het eruit zien ?


Inleiding

De inleiding is van groot belang voor de scriptie. In de inleiding moeten de volgende

zaken verwerkt worden: de onderzoeksvraag, de deelvragen en algemene informatie

over het onderwerp. De inleiding vormt de toegang tot de scriptie. De inleiding geeft

een algemeen beeld van de inhoud van het werkstuk. De inleiding moet ervoor zorgen

dat de lezer nieuwsgierig wordt om verder te lezen en de lezer ziet in de inleiding

welke vraag wordt beantwoord, waarom en hoe dat gebeurd.


De kern van de scriptie

Hierin verwerk je de informatie in hoofdstukken en paragrafen. Je maakt op basis van

de titel, de onderzoeksvraag en de subvragen je hoofdstukken en paragrafen indeling.

Je moet minimaal drie hoofdstukken hebben. Je geeft in de kern een uitgewerkte

historisch overzicht van de verzamelde informatie met betrekking tot het onderwerp.


De conclusie

In de conclusie verwerk je het antwoord op de onderzoeksvraag of centrale vraag. Je

geeft aan of je stelling juist of onjuist is door het te onderbouwen met argumenten. Je

conclusie is heel belangrijk omdat jij zelf het antwoord moet achterhalen en uitwerken.

Let wel dat je in de conclusie niet met nieuwe informatie komt, welke niet in de kern

is verwerkt. Bij de conclusie is het van belang dat de eigen standpunten van de

auteur worden verwerkt.


Het notenapparaat (footnote of endnote)

Het notenapparaat is een verwijzing naar een geraadpleegde bron en wordt ook

gebruikt ter aanvulling van de kern. Het notenapparaat kan aan de onderkant van de

scriptie geplaatst worden of helemaal aan de achterzijde. Het notenapparaat moet

chronologisch genummerd zijn.

Als je informatie uit schriftelijke, orale of andere bronnen hebt geraadpleegd dan moet

je duidelijk in je scriptie aangeven van waar de informatie is gehaald en dit moet

middels een notenapparaat. Voorbeeld: De Ware Tijd, 25 oktober 1987, pagina 4.


Lijst van geraadpleegde bronnen

Hierin vermeld je alle bronnen die hebt gebruikt dus kranten, boeken, tijdschriften,

intervieuws, websites etc. Je moet hierbij een duidelijke onderverdeling maken in:

Literatuur (boeken):

▪ Nelom J. Th., “Ontwikkeling van de muziek”. 100 jaar Suriname; gedenkboek

i.v.m. een eeuw immigratie 1873 – 5 juni – 1973. Nationale Stichting

Hindostaanse Immigratie, Paramaribo, 5 juni 1973. p.p 184 - 193

▪ Rabin S. Baldewsingh, “Van Baithak Gana tot Hindipop”, in: OSO Tijdschrift

voor Surinaamse Taalkunde, Letterkunde, Cultuur en Geschiedenis. Jaargang

19, nummer 1. Mei 2000, pp. 103-109

(Let op: de schrijvers moeten in alfabetische volgorde aangegeven worden).


Kranten:

De Ware Tijd, 25 oktober 1987, pagina 4.

Intervieuws:

De heer Anansi B. Gepensioneerd leerkracht op het Avondhavo. Datum van interview:

28 oktober 2012.


Digitale bronnen:

Internet.

▪ http://en.wikipedia.org/wiki/Reconstruction

▪ http://www.afroamhistory.about.com/od/creationofjimcrow

Documentaires en films

▪ Documentaire over Brazilianen in Suriname. In: Ohver Alles. Door: Odette Miranda.

Uitgegeven door: Chetskys producties, 2007 (DVD)

▪ Film: The Mission. Geregisseerd door: Roland Joffé, Gedistribueerd door: Warner

Brothers. Jaar van uitkomst: 1986. (DVD)


Bijlage

Dit komt na de bronvermelding. Het kan zijn dat je afbeeldingen (foto’s), kaarten,

wetten, brieven etc. wil verwerken in je scriptie en je het niet in de kern kan plaatsen,

dan kan dat in bijlagen. Je kan één (1) of meerdere bijlagen hebben. Indien je een

bijlage hanteert, dan moet je het wel duidelijk in de inhoudsopgave en de kern

aangeven. De bijlage krijgt de normale pagina nummering.


Scriptie indeling (volgorde):

1. Titelblad met daarop de titel, subtitel, school, schooljaar, klas, examennummer,

samensteller, vak en leerkracht.

2. Voorwoord

3. Inhoudsopgave

4. Inleiding

5. Kern: Hoofdstukken en Paragrafen indeling met daarin verwerkt de noten

(notenapparaat).

6. Conclusie

7. Lijst van geraadpleegde bronnen

8. Bijlage met daarin verwerkt afbeeldingen (foto’s), kaarten, wetten, brieven etc.


Eisen aan de scriptie

1. Het onderzoek moet bestaan uit minimaal 12 pagina’s (A4). Het titelblad,

voorwoord, inhoudsopgave, lijst van geraadpleegde bronnen en de bijlage zijn niet

inbegrepen. Dus in de 15 pagina’s moeten zijn verwerkt: de inleiding, kern en

conclusie.

2. Lettertype: Times New Roman

3. Lettergrootte: 12

4. Line Spacing Single (1.0)

5. Document marges van 1.0

6. Inhoud: minimaal 3 hoofdstukken met verplichte paragrafen indeling.

7. Werk overzichtelijk met behulp van alinea’s.

8. Nummer de bladzijden (vanaf inleiding).

9. Minimaal 1 orale bron toepassen en dat verplicht vermelden.

10.Een goed verzorgd werkstuk inleveren.


Hoe komt het cijfer tot stand:

  • Algehele verzorging
  • Hoe gedraag jij je persoonlijk
  • Inhoudsopgave
  • Inleiding + onderzoeksvraag + deelvragen.
  • Inhoudsopgave
  • Kern (inhoud, hoofdstukken en paragrafen)
  • Conclusie
  • Taalgebruik
  • Notenapparaat
  • Geraadpleegde literatuur + orale bron







Popular posts from this blog

Wekom !!