Geschiedenis Samenvatting les 3

 Suriname

1. Het dekolonisatieproces van ons land werd op 7 december 1942 ingezet met de belofte van

autonomie.

Toon aan dat met de belofte van autonomie het dekolonisatieproces zou worden ingezet. 

Ons land zou via algemene verkiezingen een eigen bestuur met landskinderen mogen kiezen, de

gouverneur zou zijn bestuursrecht verliezen.


2. De Nationalistische Partij Suriname (NPS) viert zijn zeventig jarig bestaan op 29 september

2016.

a. Op wiens initiatief werd de NPS opgericht? 

 Buiskool.

b. De NPS heeft grote leiders voortgebracht, mannen zoals Johan Pengel, Henck Arron en

Runaldo Venetiaan.

Geef van elke leider aan wat zijn bijdrage geweest is voor ons land. 

Johan Pengel: Mobilisatie van de donker gekleurde creolen

Verbroederingspolitiek met J. Lachmon.

Bouwen van een waterkrachtcentrale te Afobakka.

Henck Arron: Realiseerde de onafhankelijkheid in 1975.

Runaldo Venetiaan: Uitvoering SAP.

Hij loste het machtsvraagstuk op door het leger te depolitiseren.


3. Na de Tweede Wereldoorlog (1945) streefde Nederland ernaar onze economie te stimuleren

door middel van plannen.

a. Hoe heette onze eerste ontwikkelingsplan? 

 Het Welvaartfonds.

b. Heeft dit plan zijn doelen bereikt?

Zo ja/ nee, beargumenteer. 

Ja, drie projecten waaronder luchtkartering en een volkstelling werden uitgevoerd, het opzetten

van gemechaniseerde landbouw in de Prins Bernardpolder.

Wat niet is gelukt is het opstarten van het Wageningenproject met Nederlandse boeren.


4. Het Tienjarenplan ging in 1955 van start en moest de basis leggen voor economische

onafhankelijkheid en verbetering van de sociale voorzieningen.

a. Verklaar of de Brokopondo-overeenkomst, die voor economische onafhankelijkheid moest

zorgen, haar doel bereikt heeft? 

Nee, de Brokopondo overeenkomst is in handen van een MNO die ervoor zorgde dat het kapitaal

dat zij investeren weer terugvloeien in hun kas.

b. Heeft de Brokopondo-overeenkomst gezorgd voor sociale verbeteringen voor de binnenlandbewoners? 

Nee. Door het ontstaan van het Van Blommensteinmeer moesten de dorpen worden ontruimd.

Vele verloren inkomsten, omdat hun jachtgebieden onder water liepen.

Aan de beloftes dat zij werk en elektriciteit zouden krijgen werd niet voldaan.


5. In 1961 werd de Partij Nationalistische Republiek (PNR) opgericht, zij verschilde van de

politieke partijen die in de veertiger jaren van de vorige eeuw waren opgericht.

In welk opzicht verschilde de PNR van deze partijen. 

De PNR had een zekere ideologische basis, de andere partijen waren op etnische/religieuze

basis.


6. Tijdens de onderhandelingen met Nederland over de onafhankelijkheid van ons land werd de

nadruk gelegd op de financiële afwikkelingen.

Op welke wijze zou de financiële hulp (ontwikkelingshulp) worden geïmplementeerd? 

Er werd een gemengd Surinaams-Nederlandse Commissie (Cons) ingesteld om ingediende

projecten te bestuderen en goed of af te keuren.


7. Ons land probeert al vanaf het tweede Vijfjarenplan (1972-1976) over te gaan van een importland naar een export-land.

Geef met duidelijke argumenten (2) aan waarom dit nog niet lukt. 

Afhankelijk van de grote industriële landen.

Onze concurrentiepositie staat er slecht voor.

Te kleine markt.


8. In de eind zeventiger jaren van de vorige eeuw was de economie van ons land er slecht aan

toe.

a. Noem twee (2) economische problemen waar ons land mee te maken had. 

-de bauxietproductie daalde

-de werkloosheid nam toe

b. Toon aan dat de slechte economische situatie een negatieve invloed had op het kabinet Arron.

De slechte economische situatie zorgde voor toenemende ontevredenheid onder de bevolking en

een crisis binnen de regering. Premier Arron besloot uiteindelijk om vervroegde verkiezingen te

houden.


9. Tussen 1980 en 1982 waren er diverse conflicten tussen de legerleiding en critici van het

militair bewind. Uiteindelijk hebben deze conflicten geleidt tot de “8 december moorden”.

a. Wat was de reactie van Nederland op de “8 december moorden”? 

Nederland schortte de ontwikkelingshulp aan ons land op.

b. Leg uit waarom de “8 december moorden” anno 2016 nog actueel is. 

De hoofdverdachte is de huidige president van ons land en de amnestiewet die in deze zaak is

aangenomen zorgt nog voor discussies tussen voor-en tegenstanders.


10. De verkiezingen van 1987 werden gewonnen door de politieke combinatie van “oude

partijen” onder de naam Front voor Democratie en Ontwikkeling.

Geef twee (2) problemen waarmee de regering te kampen kreeg. 

-de sociaal-economische problemen bleven toenemen, omdat Nederland weigerde om de

ontwikkelingshulp te hervatten en vanwege het instorten van de bauxietmarkt.

-het leger had nog veel macht binnen het bestuurssysteem en de Frontpartijen kampten

voortdurend met onderlinge etnische verdeeldheid.

-de Binnenlandse Oorlog was nog gaande en zorgde voor anarchie.


Latijns - Amerika

1. Geografisch gezien omvat Latijns - Amerika meerdere gebieden.

Welk gebied wordt bedoelt als we spreken over Latijns - Amerika? 

De overwegend Spaans sprekende gebieden ten zuiden van de Verenigde Staten van Amerika.


2. Simón Bolivar wordt over het algemeen beschouwd als de bevrijder van Latijns - Amerika.

a. Beargumenteer of Simón Bolivar succesvol was in zijn strijd. 

Hij was deels succesvol omdat onder zijn leiding diverse landen in Latijns - Amerika

onafhankelijk werden van Spanje maar zijn ideaal om een federatie te vormen naar het

voorbeeld van de Verenigde Staten mislukte.

b. Hoe is Simón Bolivar met name in ons land vereerd? 

Er staat een borstbeeld van hem op het Kerkplein.


3. Na de onafhankelijkheid bleef de politieke situatie in Latijns - Amerika erg instabiel.

a. Geef een verklaring voor de instabiele politieke situatie na de onafhankelijkheid. 

Diverse generaals bestreden elkaar om de macht en verkiezingen gingen gepaard met fraude.

b. Hoe reageerde de massa op de instabiele politieke situatie? 

De massa voelde zich nauwelijks betrokken bij deze situatie omdat ze het gevoel had dat de

politiek zich ver van haar bed afspeelde.


4. Toon aan dat de economische structuur van Latijns - Amerika na de onafhankelijkheid

nauwelijks veranderd was. 

De landbouw bleef het voornaamste middel van bestaan en de economische macht bleef in

handen van de landbouwadel die de arme massa uitbuitten door hun gronden af te pakken en

onder slechte omstandigheden te laten werken op de grote landbouwbedrijven.


5. In de periode 1945-1980 heeft de industrialisatie in Latijns - Amerika voor de middenklasse

positieve veranderingen gebracht, maar voor de sociaal lagere klassen juist niet.

Leg uit of je het eens of oneens bent met deze stelling. 

Eens

Middenklasse:

De groep breidde zich uit, het aantal goed betaalde banen steeg en deze mensen geraakten in

een redelijke welvaart.

De vakbeweging kwam op voor de belangen van de industriearbeiders. De vakbeweging werd

een sterke economische en politieke macht.

Lagere sociale klassen:

Ondanks de mechanisatie van de landbouw bleven de neo-feodale verhoudingen bestaan.


6. Tussen 1945 en 1980 hebben neo-feodale verhoudingen op het platteland deels het leven in de

steden beïnvloed.

Beargumenteer of je het eens of oneens bent met deze stelling. 

Eens:

Er ontstaan krottenwijken in de steden. Vooral de jongeren probeerden de onderdrukking/neofeodale verhoudingen te ontvluchten door naar de steden te trekken. De mensen die daar geen werk vonden, geraakten in de criminaliteit/ prostitutie.


7. Tijdens de Koude Oorlog leken de Amerikaanse ideologische belangen boven het leed, de

armoede en de onderdrukking in Latijns - Amerika te gaan.

Leg uit of je het eens of oneens bent met deze stelling. 

Eens: Uit vrees voor het communisme werden zelfs militaire regeringen aan de macht geholpen/

geduld/ ondersteund. Deze militaire regeringen stelden zich op als onderdrukkers van het volk.

Oneens: Alliance for progress werd geïniteerd.


8. In maart 2016 was het 88 jaar geleden dat een Amerikaanse president voor het laatst een

staatsbezoek bracht aan Cuba.

a. Bij welke gebeurtenis zijn de relaties tussen Cuba en de VSA op een laag pitje gezet? 

1961 na de invasie in de Varkensbaai. Castro voerde toen een openlijk communistisch beleid in

Cuba.

b. Welke twee (2) resultaten hoopte de huidige Cubaanse president uit de besprekingen met zijn

Amerikaanse ambtgenoot te halen? 

Opheffing van het handelsembargo tegen Cuba.

Sluiting van de gevangenis te Guantanamo Bay.


9. In de tachtiger jaren van de vorige eeuw raakten de militaire regeringen in Latijns - Amerika

geconfronteerd met bestuursproblemen die ze niet konden oplossen. Het Internationale

Monetaire Fonds (IMF) was bereid ze te helpen.

a. Welke twee (2) beleidsmaatregelen stelde het IMF als voorwaarde, om in te kunnen komen

met steun?

Bezuinigingen op overheidsuitgaven.

Liberalisatie van de economie.

b. Welke economische beleidsmaatregelen (2) stelde het IMF in februari 2016 voor aan

Suriname om uit de economische malaise te komen? 

  • Een zware devaluatie van de Srd
  • Opheffing van subsidie
  • Sanering van de ambtenaren..


10. Een van de vele voordelen van blokvorming waar ook Latijns - Amerika aan meedoet, is de

versnelde groei van de economie. Toch hebben de Zapatista`s zich heftig verzet tegen de

toetreding van hun land tot de NAFTA (1994).

Welke twee (2) argumenten haalden de Zapatista`s aan om hun visie te onderbouwen? 

Mexico zou zijn identiteit kunnen verliezen.

De Mexicaanse afzet van (landbouw)producten zou kunnen dalen.

De Mexicaanse markt zou overspoeld kunnen worden door Amerikaanse en Canadese producten.


11. Sinds de jaren negentig van de vorige eeuw is de cocateelt in Latijns - Amerika een

belangrijke inkomstenbron voor de noodlijdende koffieboeren.

Welke strategie pasten de koffieproducerende landen toe in een poging om de inkomsten uit de

koffiesector te verhogen? 

Creëren van een schaarste/ vermindering van de export. Hierdoor zou een verdere daling van de

koffieprijs voorkomen worden

Popular posts from this blog

Wekom !!