Economie 1.1

Hier krijgt u alle les materiaal betreffende begrippen lijsten van de onderdelen 

lees en bestudeer ze.

Deze komen altijd bij het examen voor bij de theorethische examen openvragen.

 

Hoofdstuk 1 Actualiteiten van de Economie
De begrippen Definitie 
Economie De economie  houdt zich bezich  met de bestudering van de mens in zijn streven naar  welvaart.
Schaarste De spanning tussen onbegrensde  menselijke behoeften enerzijds en de beperkte middelen anderzijds.
Welvaart De mate waarin iemand in zijn materiele behoeften kan voorzien.
Welzijn  De mate waarin met niet-schaarse middelen voorzien kan worden in een behoefte.
Waarderingsoordeel Zijn opvatting die berusten op een eigen  voorkeur , politike of godsdienstige overtuiging.
Zijnsoordeel Een uitspraak  die niet gebaseerd is op persoonlijke voorkeur.
Productiefactoren Arbeid (mensen), Kapitaal (machines ) en Natuurlijkehulpbronnen(grondstoffen) die nodig zijn voor de productie.
Produceren 

Het voort brengen van goederen en diensten .

Consumeren Het gebruiken en verbuiken van consumptiegoederen door consumenten.
ConsumentenbondenZijn organisaties die opkomen  voor de belangen van de consumenten. 
Micro economie Is een onderdeel van het vak economie dat zich bezighoudt met het gedrag van de inviduele consument  en producent.
Macro economieIs een onderdeel van het vak economie dat zich bezighoudt met het gedrag van groepen mensen of bedrijven. 
Meso economie Onderdeel  van het vak economie dat zich bezighoudt met bedrijfstakken.
Gesloten economie 

Is een economie waarbij een land geen relaties onderhoudt  met het buitenland.

Open economie 

Is een economie waarbij een land wel relaties onderhoudt met het buitenland.

Data 

Hulpmiddelen om het terrein van de economie af te bakenen.

Ceteris Paribus conditie 

Het contant houden van de overige factoren.

Model 

Is een hulpmiddel om de werkelijkheid weer tegeven.

 

Sparen Het niet voor consumptie  gebruiken van ( besteedbaar) inkomen.
Produceren Het geschikt maken van goederen en diensten voor het gebruik. Dit geschied door de combinatievan de productiefactoren natuur,arbeid en kapitaal in het bedrijfsleven  en bij de overheid.
Catogoriale inkomensverdeling Verdeling van het nationaalinkomen over loon,rente, pacht, huur en winst.
Personele inkomsverdelingVerdeling  van het nationaalinkomen over personen.
Primaire inkomensverdeling De inkomens verdeling voordat her verdeling door belastingen premies en sociale uitkeringen heeft  plaats gevonden.
Sociale InkomensverdelingIs Idem na deze herverdeling.
Progressieve inkomstenbelastingIs de belasting op het inkomen die procentueel stijgt naar mate het inkomen toe neemt. 
Vermogen Persoonlijke vermogen minus de schulden.
Nationale Rekeningen Een Boekhoudkundige  beschrijving van een economie, waarbij elke post  een tegenpost heeft.
Budgetonderzoek Is een onderzoek naat het uitgaven patroon van gezinnen die tot dezelfde sociale groep behoren.
Marktwaarde van de productie Bedrag waarvoor  de geproduceerde goederen en diensten verkocht (kunnen) worden.
Toegevoegde waarde Het verschil tussen de marktwaarde van de productie  en de waarde  van de gebruikte grond- en hulpstoffen .
Afschrijvingen Het tot uitdrukking brengen van de slijtage van kapitaalgoederen.
Bruto toegevoegde waardede toegevoegde waarde  voordat  een bedrag  voor de afschrijvingen in mindering is gebracht.
Netto toegevoegde waardeBruto toegevoegde waarde minus de afschrijvingen
Toegevoegde waarde tegen marktprijzende berekeningen van de toegevoegde waarde geschiedt met prijzen waar kostprijsverhogende belastingen en prijsverlagende subsidies zijn inbegrepen.
Toegevoegde waarde tegen factorkostenDe toegevoegde waarde tegen marktprijzen minus de kostprijsverhogende belastingen, maar plus  de prijsverlagende subsidies.
Binnenlands Prroduct De totale  toegevoegde waarde van de sectoren bedrijven en overheid in een jaar.
Nationaalinkomen De totale beloning die de Surinaamse productie factoren in een jaar ontvangen.
Basisjaar Is de uitgangs situatie.
Vervangingsinvestering De vervaardiging van vaste kapitaal goederen ter vervanging van versleten kapitaalgoederen.
Uitbreidingsinvestering vergroting  van de vastekapitaalgoederenvoorraad.
Voorraadmutatie Een verandering in de voorraad kapitaalgoederen bij de ondernemingen.
Objectieve Methode De bepalingen van het nationaal inkomen op basis van de toegevoegde waarde van de bedrijven en  de overheid.
Subjectieve Methode De bepalingen van het nationaal inkomen door optelling van individuele inkomens.
Indexcijfer geeft de waarde aan van een grootheid op een bepaald tijd stip  ten opzichte van een basisperiode waarin de waarde op 100 is gesteld.
Partieel Indexcijfer geeft afzonderlijk informatie  over een bepaald goed .
Samengesteld gewogen prijsindexcijferGeeft de ontwikkeling van de kosten van levensonderhoud  in een bepaald jaar t.o.v. het basisjaar.
Nominaalloon Het geldbedrag  dat men voor het ter beschikking stellen van arbeid verkrijgt
'' Samengesteld"Betreft alle goederen, want de gezinsconsumptie bestaat niet alleen uit 1 artikel, maar uit een pakket van goederen  en diensten.
Reeel loondit geeft aan wat men voor  het nominaal loon kopen kan .
Bruto loon Het loon inclusief belastingen  en sociale premies.
Netto loon Het loon na aftrek van belastingen en sociale premies.
Hoofdstuk 3Het Consumenten gedrag 
Begrippen Definities 
Eerste Wet van Gossen Het grensnuts  van een goed  neemt af  naarmate  meer eenheden  van dat goed  voor de behoeftebevrediging  beschikbaar komen .
Grensnut Extra nut dat wordt ontleend  aan een  extra eenheid van een goed.
Behoefte schema  Rangschikking  van de voorkeuren van de consument naar graad van dringendheid.
individuele vraagfunctie Deze functie  geeft aan hoe de door een consument (1) gevraagde  hoeveelheid  van een goed afhangt  van de prijs van dat goed.
Collectieve vraagfunctie  Deze functie geeft aan hoe  de door de gezamelijke  consumenten  gevraagde  hoeveelheid van een goed, afhangt van de prijs van dat goed.
Prijselasticiteit  van de gevraagde hoeveeheid Deze geeft de gevoeligheid van de gevraagde hoeveelheid van een goed  voor een prijsverandering van dat goed weer.
Kruiselingse  elasticiteit geeft  de gevoeligheid  van de gevraagde hoeveelheid van een goed voor een  prijsverandering  van een  ander goed weer.
Subsitutie goederen  goederen die elkaar  kunnen vervangen zoals vlees en vis.
Complementaire goederen Goederen  die elkaar aanvullen zoals een auto en benzine.
Wet van engel Bij stijging van het inkomen  daalt  procentueel het gedeelte dat aan voeding wordt uitgegeven.
Budgetonderzoek onderzoek naart het uitgaven patroon van gezinnen die tot dezelfde sociale groep behoren.
Engelkromme Deze kromme geeft het verband  weer tussen de uitgaven voor een bepaald goed  en het inkomen.
Drempelinkomen Is beneden dat inkomen  wordt een goed niet gekocht.
inferieure goederen goederen waarvoor  de uitgaven  teruglopen bij stijging  van het inkomen . 
Inkomenselasticiteiet De verhouding  tussen procentuele verandering van de uitgaven voor een goed  en de procentuele verandering van het inkomen.
Hoofdstuk 4Ondernemingen 
Begrippen Definities
Produceren Het combineren van de productiefactoren in een onderneming of bij de overheid 
Externe arbeidsverdeling arbeidsverdeling tussen ondernemingen 
Interne arbeidsverdeling Arbeidsverdeling binnen de onderneming
integratie samenvoeging van twee opeenvolgende geledingen in de bedrijfskolom
differentiatie Het ontstaan van een nieuwe geleding in de bedrijfkolom.
Parallellisatie Het samenvoegen van goederen uit verschillende bedrijfskolommen, die in dezelfde fase van ontwikkeling zijn.
BranchevervagingVerdoorgevoerde parallelisatie.
SpecialistieHet zich richten  op de productie  van een  bepaald soort goed.
Breedte- investering investering waarbij de arbeidsproductiviteit gelijk blijft : de vraag naar arbeid neemt toe.
Diepte - investeringinvestering  waarbij de arbeidsproductiviteit wordt verhoogd. 
Openbare nuts bedrijvenOverheidsondernemingen , waarbij het behalen  van winst  niet wenslijk wordt geacht.
MarktonderzoekOnderzoek naar de behoefte die er ten aanzien van een goed bestaat.
Mechanisatie Het invoeren van Machines 
Automatisering Ver doorgevoerde mechanisering, waarbij ook de bediening en besturing van machines automatisch geschieden.
Fusie een samengaan van een eerst onafhankelijke ondernemingen 
Hoofdstuk 5Het Producentengedrag 
BegrippenDefinities
De Wet  van de toe - en afnemende  meeropbrengstDe ervaringsregel, die de meeropbrengsten bij toevoegingen van telkens een eenheid  van een variabele productiefactor  aan een constant gehouden productiefactor eerst doet toenemen , daarna laat dalen en tenslote negatief maakt.
 Kosten functie De functie  die aangeeft hoe kosten afhangen van de geproduceerde hoeveelheid.
Constante kosten De kosten  die niet  afhankelijk zijn van de Productieomvang. 
Gemiddelde Constante kosten , afkorting :  GCKDe constante kosten per product , de totale constante kosten gedeeld door de totale productie.
Gemiddelde variable kosten, Afkorting : GVKDe variabele kosten per product, de totale variable kosten gedeeld door  de totale productie.
individuele aanbodfunctie de functie die aangeeft welke hoeveelheden  door de individuele aanbieder bij uitlopende prijzen worden aangeboden
Collectieve aanbodfunctie De functie die aangeeft welke hoeveelheden van een bepaald artikel  door de ondernemers gezamenlijk bij uit eenlopende prijzen worden aangeboden.
Hoeveelheidsvariatie  de afzonderlijke ondernemer  kan geen invloed uitoefenen op de prijs waartegen hij op de markt  kan verkopen.
Prijsvariatie De afzonderlijke ondernemer kan invloed uitoefenen op de prijs  waartegen hij op de markt kan verkopen.
Totale Opbrengst Afkorting:  TO,  Het product  van prijs  en verkochte hoeveelheid.  (TO= pxq)
Marginale kosten Afkorting : MK, de extra kosten , die ontstaan bij de productie van een extra eenheid product.
Marginale Opbrengst de extra opbrenst van een eenheid  extar verkocht product. ( afkorting :  MO)
Marginale Winst MW = MO  - MK 
Totale Winst TW = TO - TK
Gemiddelde KostenGK =  de kosten per eenheid product.
Prijs elasticiteit van de aangeboden  hoeveelheid Deze geeft aan hoe sterk  de aangeboden hoeveelheid reageert op de prijsverandering van een product.
Break even afzet De afzet  waarbij geen winst en geen verlies  wordt gemaakt.
Hoofdstuk 6 Markt en markvormen 
Begrippen Definities 
MarktvormBepaalde combinatie van concurrentieomstandigheden op de markt.
Homogene producten Producten die ind eogen van de kopers identiek zijn aan de producten  van andere aanbieders.
HoeveelheidsaanpasserVrager of aanbieder die door zijn gedrag geen merkbare  invloed heeft op de marktprijs.
Monopolie  Marktvorm waarbij er ineen bedrijfstak maar een aanbieder is.
Feitelijke monopolie Een monopolie  dat ontstaan is doordat een onderneming alle  andere ondernemingen  heeft weggeconcurreerd of overgenomen.
PrijszetterProducent  die zowel  de geproduceerde hoeveelheid  als de prijs  ervan zelfvastelt.
Prijsafzetlijn  Lijn die weergeeft welke hoeveelheden  een producent bij verschillende prijzen  kan afzetten.
OligopolieMarktvorm  met zo weining  aanbieders dat ze elkaars  gedrag merkbaar beinvloeden.
Hetrogene producten Producten die in de ogen van de kopers  verschillen van de producten  van andere aanbieders.
Monopolistiche  concurrentie marktvorm met veel aanbieders  die een  heterogeen product aanbieden.
ProductdifferentiatieHet verschijnsel dat bedrijven proberen bij hun klanten voorkeur  te kweken door een product aan te bieden  dat zich onderscheidt van dat van de concurenten.

Popular posts from this blog

Wekom !!