1.6 begrippen lijst het onstaan van geld
Het onstaan van geld
| Directe ruil | Ruil zonder tussenkomst van geld |
| Indirecte ruil | Ruil met behulp van geld |
| Geld | Algemeen aanvaard ruilmiddel |
| Giraalgeld | Tegoeden bij banken waarmee je kunt betalen |
| Chartaalgeld | Bankbiljetten, munten en muntbiljetten. |
| Wettig betaalmiddel | geld dat je niet mag weigeren als iemand je daarmee betaald |
| Crediteuren in rekening courant | Girale tegoeden van rekeninghouders |
| Debiteuren | Kredietnemers |
| Geldschepping | Stijging van de maatschappelijk geldhoeveelheid |
| Geldvernietiging | Daling van de maatschappelijk geldhoeveelheid |
| Balans | Overzicht van bezittingen , schulden en vermogen op een bepaal moment. |
| Primaire Bank | Bank waarvan een deel van de passiva als ruilmiddel gebruikt wordt. |
| Substitutie | Het omwisselen van chartaal in giraal geld of andersom |
| Geldschepping door transformatie | Stijging van de maatschappelijk geldhoeveelheid doordat het publiek iets dat geen geld is, bij een primaire bank omzet in geld. |
| Wederzijdse schuldaanvaarding | Girale kredietverlening |
| Maatschappelijke Geld Hoeveelheid | MGH, Het girale en chartale geld in handen van het publiek. |
| Publiek | ingezetenen, anders dan de primaire banken en de overheid. |
| Liquiditeitspercentage | Is de verhouding tussen Kas en Crediteuren in rekening Courant |
| Liquide | Tijdig kunnen voldoen aan de opvragingen van rekninghouders. |
| Liquiditeitsqoute | De verhouding tussen de binnenlandse liquiditeitenmassa en de totale productie |
| Secundairebank | Krediet bemiddelende Bank |
| Binnenlandse Liquiditeitmassa | Primaire en Secundaire |
| Secundaire liduiditeiten | kortlopende vorderingen van het publiek op primaire banken die gemakkelijk in geld om te zetten zijn. |
| Verrmogensmarkt | Geheel van vraag naar en aanbod van langlopende leningen en eigen vermogen. |
| Geldmarkt | Geheel van vraag naar en aanbod van kortlopende leningen |
| Kapitaalmarkt | geheel van vraag naar en aanbod van leningen en eigen vermogen |
| Effecten | Aandelen en obligaties |
| Obligaties | Verhandelbare bewijzen van een langlopende lening |
| Schatkistpapier | Bewijs van een kortlopende lening aan de Staat |
| Aandelen | eigendomsbewijzen van een onderneming |
| Discontopolitiek | Verhoging of verlaging van het discontopercentage door de Centrale Bank als middel om M te reguleren. |
| Open markt politiek | Koop of verkoop van waardepapieren door de Centrale Bank om de primaire Liquiditeit van de banken te verkleinnen of te vergroten. |
| Kredietplafond | Een bepaald kredietpercentage waarboven er geen krediet mag worden verstrekt, kredietplafond. |
| Strafdeposito | een bepaald bedrag, dat banken renteloos moeten aanhouden bij de Centrale Bank ingeval van overschrijving van het kredietplafond. |
| Dollar-swaps | Termijntransacties in dollars tussen de Centrale Bank en de banken |
| |
| |
| |
| |
| |
| |
| |
| |
| |
| |
| |
| |
| |
| |
| |
| |
| |
| |
| |
| |
| |
| |
| |
| |
| |
| |
| |
| |
| |
| |
| |
| |
| |
| |
| |
| |
| |
| |
| |
| |
| |
| |
| |
| |
| |
| |
|